Hoe statusbewustzijn onder homo’s tot psychische problemen leidt

homoseksueel mannenTot een gemarginaliseerde groep behoren is zwaar. Als jij de enige zwarte leerling in de klas bent bijvoorbeeld, of de enige met een visuele beperking op een festival. Minderheidsstress is de psychologische term voor de chronisch hoge stressniveaus waarmee zulke groepen te maken krijgen. Het is één verklaring voor de relatief hoge aantallen depressies en verslavingen onder homomannen. Recent onderzoek stelt dat de nadruk op status in de gay community niet goed is voor de geestelijke gezondheid.

De vraag waarom zoveel homo’s ongelukkig zijn, is prangender geworden juist na het einde van de aidsepidemie en de openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht. Lang werd gedacht dat het grote verdriet dat hiv bracht en uitblijvende gelijke rechten de oorzaken waren van geestelijke ellende. Maar ook daarna bleken mannen die seks hebben met mannen vaker last te hebben van zelfmoordgedachten.

In The velvet rage: overcoming the pain of growing up gay in a straight man’s world (2005) beschrijft psycholoog Alan Downs hoe homo’s drie fases moeten doorlopen. Eerst is er overweldigende schaamte dankzij de realisatie anders te zijn. Dan moet die schaamte gecompenseerd worden door te schitteren, of dat nou in je carrière is of op de dansvloer. Dit ziet Downs als verklaring voor het uitbundige, over-the-top gedrag van sommige homomannen. Tot slot is er de terugkeer naar authenticiteit, waarmee Downs verwijst naar tot rust komen, genoegen nemen.

The velvet rage was bedoeld als zelfhulpboek, maar het werd een bijbel. Mensen herkenden zichzelf en anderen in de verklaringen voor maatschappelijke verschillen die Downs aandraagt op basis van profielen van de mannen die hij behandelt.

In 2017 schreef journalist Michael Hobbes een artikel voor The Huffington Post dat waanzinnig populair zou worden onder homo’s. Onder de titel Together alone: the epidemic of gay loneliness beschreef Hobbes het fenomeen minderheidsstress en de kleine speldenprikjes die homo’s voortdurend krijgen voor hun ‘anders-zijn’. Dat leidt tot trauma.

Eenmaal uit de kast gekomen en gearriveerd in Amsterdam, Barcelona of San Francisco, begeef je je in gezelschap van mannen die allemaal getraumatiseerd zijn. De jongens die vroeger gepest werden, zijn nu pestkoppen geworden. Zulke in-group discrimination is extra pijnlijk omdat je juist de goedkeuring en liefde van de eigen groep zoekt. Onder homo’s is er sprake van openlijke misogynie (‘no femmes‘), pijnlijk racisme (‘no Asians‘) en kwalijke leeftijdsdiscriminatie.

Psycholoog John Pachanki kwam in het Huff-Po-artikel uitgebreid aan het woord. Inmiddels heeft hij met een team deze stress vanuit de gemeenschap specifieker bestudeerd. De term die hij daarvoor heeft bedacht is intraminority gay community stress. Het onderzoek, dat bestond uit meerdere studies met surveys en experimenten, toont met name interessante resultaten over het belang van status.

Mannen – of ze nou he, bi of ho zijn – zijn met elkaar in competitie en willen hun mannelijkheid bewijzen. Subculturen die geheel uit mannen bestaan, zoals studentendisputen of voetbalteams, zijn daarom zeer statusbewust. Homo’s zijn niet anders. Maar wat daar ook nog meespeelt en bij hetero’s niet, is natuurlijk dat homo’s seks willen met mannen, dezelfde mannen waarmee ze concurreren.

Als je als man op mannen valt, pas je waarschijnlijk dezelfde standaarden toe op jezelf als op je partners. Daardoor kan er een feedbackloop of ‘seksuele wapenwedloop’ ontstaan. Ben ik wel mannelijk genoeg, aantrekkelijk genoeg, succesvol genoeg? Het onderzoek laat zien dat homo’s zichzelf en elkaar tegen deze meetlatten houden en dat afwijzende oordelen van leden van de community heel hard aankomen.

Weten hoe iets werkt is nodig om problemen op te kunnen lossen. Dit onderzoek kan helpen bij het bestrijden van drank- en drugsmisbruik en het tegengaan van depressies, en bijdragen aan begrip van eigen ongemak. Tegelijkertijd bestaat er een risico dat de resultaten zullen leiden tot nog meer stigma van de buitenwereld. ‘Homo’s zijn onaardig voor elkaar’ of erger: ‘homo’s discrimineren zelf ook’.

Dat is niet alleen onterecht omdat juist de homogemeenschap uitblinkt in community-activiteiten, maar ook omdat het de schuld bij het slachtoffer legt. Deze nieuwe verklaring is namelijk expliciet een aanvulling op, en geen vervanging van verklaringen als minderheidsstress. De voornaamste oorzaken van verminderde geestelijke gezondheid onder homo’s zijn nog altijd homodiscriminatie en homonegativiteit.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.