boek hartDinsdagochtend werd ik opgewonden wakker. Dat gevoel dat je hebt als de vakantie begint. Monter sprong ik uit bed, verheugd dat de dag was aangebroken: ik mocht terug naar de UB. Sinds maandag kunnen studenten en medewerkers weer boeken aanvragen, dinsdag mocht ik ze ophalen aan het Singel.

‘Ik ben zo blij,’ zei ik tegen respectievelijk de portier, de bouwvakker en de baliemedewerker. Zij keken ook blij: als de quasiquarantaine iets gebracht heeft, is het wel waardering voor fysiek samenzijn.

De rode kamer waar de boeken klaarliggen is, zo weten mijn volgers op Instagram, een van mijn favoriete plekken in de stad. Hij doet denken aan een Stanley Kubrick-film. Alles klopt: de belichting, de leenzuilen en natuurlijk de rode bakjes, de eindeloos lijkende rijen rode bakjes. Duidelijk genummerd in contrasterend wit, zodat je in één oogopslag weet je waar je moet zijn, welk bakje jouw bakje is.

Gek genoeg is het er nooit druk. Studenten houden niet van boeken. Die zitten niet in hun systeem. Mijn kantoorgenoot begreep ook al niet dat ik (letterlijk!) zo stond te springen omdat ik naar de boeken mocht. Kan dat niet digitaal, vroeg hij. Ik moest net iets te hard lachen. Dat je tijdens corona toch nog aan iemand moet uitleggen dat online een schraal alternatief voor IRL is.

Natuurlijk, digitale boeken zijn handig. Je kunt er makkelijk in zoeken, maar alleen als je weet wat je zoekt. Voor lezen en bladeren kan niets op tegen een echt exemplaar. Stoffelijk spitten gaat veel sneller. Met weemoed denk ik terug aan de goede oude tijd dat je nog kon grasduinen langs de kasten. Onbedoelde vondsten zijn goud voor onderzoek.

De bieb is het hart van de universiteit. Het is een bewaarplaats van kennis met als voornaamste doel die kennis door te geven, zoals de universiteit zelf ook hoort te zijn. Helaas was de gedeeltelijke heropening alleen voor mij een heuglijke gebeurtenis. Er was geen ballonnenhaag bij de deur, zoals bij open dagen voor aankomende studenten, geen minigebakjes in de welkomsthal. In de algemene nieuwsbrief noch die van de FMG werd over de hervatte toegang gerept. Ook mijn geliefde Folia vond het geen nieuwsberichtje waard.

Waarschijnlijk hebben veel collega’s niet eens gemerkt dat de UB fysiek gesloten was. Het gebruik van boeken is immers disciplinespecifiek. Hoe harder de wetenschap, hoe minder er wordt gebladerd. De hedendaagse uni wenst sowieso geen ruimteslurpers meer. Alles moet digitaal. De sluiting raakte daarom vooral sukkels zoals ik die oude teksten nodig hebben voor hun werk.

In noodgevallen waren er opties. Ik heb daar lang over gedacht. Hoe hard moet je een boek nodig hebben, wil het een noodgeval zijn? Om één bron kon ik echt niet heen. Binnen twee uur had een aardige biebmedewerker een digitaal exemplaar geregeld. Maar ja, zo’n tijdrovende noodaanvraag doe je niet voor de bronnen waarvan het nut je nog niet bekend is. Terwijl die boeken dus juist zo dienstbaar zijn.

Daarom was het voor mij een coronaherwinningsmoment toen ik dinsdag mijn fiets parkeerde in een volledig leeg fietsparkeervak op het Singel. Het verlaten pand snakt naar gebruik. Op de grond zijn looproutes aangegeven, de baliemedewerkers zitten achter plexiglas. In opperbeste stemming vertrok ik met zes boeken in de tas, vol goesting ze ter hand te nemen en hun waarde te doorgronden.

Mijn fandom is allicht een beetje zonderling, maar ik ben niet de enige die van de bieb houdt. Ook de oude bezoekers die verder niets met boeken hebben, willen dolgraag terug. Zij staan nu in de rij om een schaarse studieplek te bemachtigen op een verder uitgestorven Roeterseiland. Een library learning center zonder studenten is een lege huls, een zielloze schuur, gewoon een gebouw. Gooi de ongebruikte ruimtes open, waaronder die op het Singel. Bevorder kennisuitwisseling, stimuleer serendipiteit, wees een universiteit.

Deze column verscheen eerder op Folia.