Geachte minister: houd de eer aan uzelf, stap gewoon op

Van Engelshoven CC G20 ArgentinaWoede, onbegrip, wanhoop. Toen ik woensdagavond las dat minister Van Engelshoven het hoger onderwijs maant straks meer fysiek les te geven, was ik sprakeloos. Waar haalt ze het gore lef vandaan?

Op woensdag 24 juni, de dag dat afgekondigd werd dat grote groepen per 1 juli weer samen mogen komen en dat studenten per 1 september weer volop met de trein kunnen, besloot onze minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap een duit in het zakje te doen. Nadat mensen uit de onderwijs-, cultuur- en wetenschapssectoren zich maandenlang hadden beklaagd over haar opstelling tijdens de coranacrisis, koos Van Engelshoven dit moment om het hoger onderwijs berispend toe te spreken:

‘Tegen instellingen die nu al zeggen dat ze tot 31 december alleen digitaal les gaan geven zou ik willen zeggen: denk daar nou nog eens goed over na. Vooral eerstejaars moeten kennis maken met elkaar, met docenten en met de campus. Dat doe je niet in je kamer, achter je scherm.’

‘Een gotspe,’ foeterde hoogleraar Marc van Oostendorp op Twitter, ‘een klassiek voorbeeld van een gotspe’.

Tijdens de coronacrisis was Van Engelshoven dan weer onzichtbaar, dan weer nutteloos en dan weer ronduit kwetsend. Onderwijs en wetenschap kenden haar al zo, de cultuursector is inmiddels ook bij de les. Brandbrieven en noodkreten uit die hoek pikte ze niet op. ‘Jammerdebammer’ was haar reactie.

Qua hoger onderwijs toonde ze zich onlangs nog onze vijand door een totaal overwerkte sector voor te stellen opgelopen onderwijsachterstanden op te lossen door in het weekend te werken. Die aanbeveling was al om meer dan moedeloos van te worden, zover voorbij het betamelijke dat inhoudelijke kritiek zinloos is. ‘Geweldig idee. Ik doe het ook wel gratis ok? Gebruik mijn salaris maar om de luchtvaart te subsidiëren,’ schreef collega Armen Hakhverdian.

En dan nu, nadat we eindeloos hebben gezucht en gesteund over de nadelen van online onderwijs, openlijk verlangd hebben niets liever te willen dan herenigd te worden met onze studenten, nu komt Spuit 11 dat niet zozeer voorstellen als wel opdragen. Waar bemoeit ze zich mee?!

Sinds haar aantreden in 2017 heeft deze minister constant een gebrek aan leiderschap en daadkracht getoond. Hoewel haar partij D66 claimt een onderwijspartij te zijn, staat ze ver van de sector af. Tekenend was dat ze bij de demonstratie tegen de werkdruk in Den Haag eind 2018 niet eens naar beneden wilde komen om de duizenden docenten te woord te staan. Tijdens corona was haar hart onder de riem aan studenten het advies gewoon meer te lenen. De vele sterfgevallen in ziekenhuizen noemt ze in dezelfde video een mooi leermoment voor geneeskundestudenten.

‘Harteloos’ is het woord dat daarbij past, haar omgang met onderwijs, cultuur en wetenschap is niets anders dan harteloos. En dat is wat het zo frustrerend maakt. Wij hebben liefde voor ons vak. Werken in deze sectoren doe je deels omdat je het werk zo mooi vindt, omdat het geweldig is dingen te leren en andere mensen die kennis over te brengen, om mensen te laten nadenken en te prikkelen.

Ingrid van Engelshoven toont nul betrokkenheid bij de sectoren waarvoor zij de verantwoordelijkheid draagt. Na drie jaar ministerschap is duidelijk dat zij geen enkele legitimiteit meer heeft. En een bestuurder zonder legitimiteit is als een hark zonder steel.

Geachte minister: houd de eer aan uzelf, stap gewoon op. Dan kunt u uw carrière afsluiten met toch nog een betekenisvolle daad. U hebt namelijk ook emancipatie in uw portefeuille. Maak een offer voor uw partij en voor de vrouwenzaak. Uw hoofd op het spreekwoordelijke hakblok, en misschien krijgen we dan naast een werkelijke minister van OC&W, volgend jaar misschien ook een vrouwelijke premier.

Deze column verscheen eerder op Folia.

CC-Afbeelding: G20 Argentina