Zucht om wetenschappelijk te scoren belemmert corona-doorbraken

De coronaratrace kan je carrière maken. Publiceer nu in Nature of Science en je kansen op NWO-geld verveelvoudigen. Misschien zit er zelfs wel een vaste aanstelling in. Iedereen aast op een doorbraak, de publicaties buitelen over elkaar heen. Driehonderd artikelen per dag, lees ik op Folia. Het lijkt mij een slechte zaak voor de wetenschap.

Alleen al in de Amsterdamse ziekenhuizen lopen meer dan honderd onderzoeken naar corona. Die worden verder aangemoedigd door een speciaal corona-onderzoeksfonds, waar iedere burger zijn steentje aan kan bijdragen door te doneren. Het is geheel in de tijdsgeest: wetenschappelijke financiering wordt rap bij elkaar geschraapt dankzij sponsorlopen en bemoedigende kunstkaarten. Er is immers geen tijd te verliezen aan beursaanvragen, de wereld wacht op resultaat!

Joost Wiersinga is de ster van het Folia-artikel. Hij is niet alleen hoogleraar Inwendige geneeskunde, maar ook als arts betrokken bij de coronazorg. Daarnaast is hij veellezer. Dat spreekt me aan, dat ben ik ook. Wiersinga schreef een review van maar liefst 25.000 wetenschappelijke publicaties over covid-19. ‘Goed te doen,’ zegt hij. Het maakt me benieuwd. Hoe lees je in hemelsnaam 25.000 artikelen?

Helaas kom ik daar niet achter in de methodesectie. De review in JAMA is kort over de wetenschappelijke werkwijze: de vijf auteurs rapporteren alleen de zoektermen, maar zwijgen over zowel de corpusselectie (de 25.000 artikelen worden niet genoemd, noch staat er iets over hoeveel onderzoeken uiteindelijk zijn meegewogen) als het analyseproces. Ik ben geen medicus dus ik weet niet hoe gebruikelijk dit is, maar voor een sociaalwetenschapper is dit – laten we het aardig houden – teleurstellend.

Gelukkig geeft Wiersinga interviews. In Het Parool kom ik wat meer te weten. De artikelen zijn diagonaal gelezen, er zaten veel doublures tussen en studies zonder controlegroep zijn niet meegenomen. Wiersinga is kritisch: ‘Het covidonderzoek is zo hip en gehypet dat het hier en daar slordig is opgezet. … Het is gewoon keiharde business. Als je niet meedoet, neemt een ander je plaats in’.

Maar Wiersinga is vooral onder de indruk, enthousiast zelfs. Over hoeveel we al weten, over hoe snel kennis zich vermeerdert. Maar kennisvermeerdering is ook een rookgordijn (ik klets zoveel dat mensen denken dat ik een open boek ben, terwijl ik in werkelijkheid weinig persoonlijks loslaat). Het is fysiek onmogelijk om elke dag driehonderd artikelen te lezen, ook niet als je dat diagonaal doet. Ooit opperde ik samen met Vincent Crone gekscherend dat iedere wetenschapper per jaar nog maar één publicatie zou moeten mogen uitbrengen, zodat collega’s elkaars werk kunnen lezen en daadwerkelijk kunnen voortbouwen op elkaars inzichten. Onder Covid-19 is dit helemaal ondenkbaar geworden.

Volgens zijn interviews bekeek Wiersinga dus 25.000 artikelen. In de publicatie worden er 108 geciteerd. Dat betekent dat van de 25.000 publicaties nog geen half procent waardig was om besproken te worden. Dat stemt niet positief, het wijst eerder op gigantische verspilling. Zijn al die mensen echt allemaal hetzelfde aan het onderzoeken? Is dat niet zielig voor die jongen die een kilometer moet rennen voor iedere €5 die hij ophaalt voor corona-onderzoek?

Het gaat natuurlijk niet om Joost Wiersinga, hij lijkt me een kundig en gezellig persoon die gewoon net iets te enthousiast is over hoeveelheden. Daar staat hij niet alleen in, maar het is wel zaak dat kwanthousiasme te temperen. Er is immers ook kritiek op de coronaratrace. Zo zou de peer review onder druk staan, en zonder kwaliteitscontrole hebben we niets aan onderzoek.

Tegen Het Parool zei Wiersinga dat het aantal daadwerkelijke doorbraken op een hand te tellen valt. Zouden dat er niet veel meer zijn als niet iedereen wilde scoren? Als wetenschap geen individuele sport was, of eentje van kleine teams die met elkaar in competitie zijn? Dat kan alleen als de financiering op de schop gaat en we wetenschappers niet langer belonen op output. De oplossing tegen corona moet je niet willen vinden vanwege je carrière, maar vanwege de volksgezondheid en je verplichting jegens waarheidsvinding.

Deze column verscheen eerder in Folia.