De burger als puber

Toen ik in mijn tienertijd ontspoorde, kocht mijn moeder het boek Kinderen vragen om duidelijkheid. De auteur had gelijk, maar het was al te laat. Zeventien jaar verkeerde opvoeding zet je niet zomaar recht en dus vielen mijn ouders terug op het standaard straffenarsenaal: een hardvochtige preek hier en een weekje huisarrest daar.

Waar Rutte voortdurend sprak over eigen verantwoordelijkheid, snakte ik naar van bovenaf opgelegde duidelijkheid. Zoals de wijze Emily in Paris ooit zei, rules force us to behave. Eigen verantwoordelijkheid-schwantwoordelijkheid. De puberteit is bij mij nooit overgegaan, ik ga nog steeds te laat naar bed omdat niemand me naar de slaapkamer stuurt. Om toch enigszins gezond te blijven leg ik mezelf regels op (max drie keer in de week alcohol, minimaal vier keer sporten) en vraag ik mijn vrienden me daaraan te houden.

Duidelijkheid vanuit de regering kwam er niet, sterker: de maatregelen die 28 september aangekondigd werden waren lachwekkend vaag. Reizen mocht alleen nog als het noodzakelijk was, maar de premier begreep het best als mensen in de herfstvakantie iets leuks gingen doen. Alcoholische contactmomenten buitenshuis waren prima, maar slechts tot 22 uur. Mondkapjes bleven niet nodig maar toch een aardig idee.

Hoewel deze zomer de koers was ingezet dat er eerst regionaal ingegrepen zou worden, kwam dat nooit van de grond. Het is een beetje alsof de ouders van de puberburger gescheiden zijn en populariteitspunten willen scoren. In Amsterdam liep het al weken de spuigaten uit, maar burgemeester Halsema wilde niet de klootzak zijn die de horeca de nek omdraaide. Dat wilde Rutte ook niet en vandaar de halfslachtigheid. De bevolking reageerde laconiek en het aantal coronabesmettingen bleef stijgen.

Deze week was de maat vol. We hebben een gedeeltelijke lockdown opgelegd gekregen. Thuiswerken, maximaal drie mensen op bezoek en geen ‘blokjesverjaardagen’. Rutte erkende in het Kamerdebat woensdagavond dat hij de vorige keer had gefaald. Hij had betere regels moeten bedenken en ook beter moeten communiceren. Fnuikend voor je gezag, schreef een leraar op Twitter. Hij vergeleek Mark en Hugo met een docent ‘die geen orde kan houden omdat hij onredelijk is en niet openstaat voor introspectie of een hand in eigen boezem’.

Of je de regering nou vergelijkt met ouders of leraren, wij burgers gedragen ons inderdaad als pubers. We zoeken grenzen op, terwijl we zelf ook wel weten dat we beter af zijn als we dat niet doen. We zijn vervelend, misschien wel omdat we snakken naar aandacht. De hele zomer zagen we een lakse overheid die niet naar ons omkeek, terwijl we net door een heftige periode waren gegaan. Ons gedrag leek onze neoliberale ouders niets te kunnen schelen. En hoe meer een puber merkt dat zijn ouders niet echt betrokken zijn, hoe meer hij zich misdraagt.

Het is dus niet verrassend dat niet iedereen gehoor geeft aan de preek en zich schikt naar het partieel huisarrest. Sommigen van ons klimmen langs de regenpijp en schelden ook nog eens de buurman uit die er wat van zegt. Ik niet, want ik kom uiteindelijk altijd wel tot inkeer. Ik had het opvoedboek eerder uit dan mijn ouders, ik leerde mijn les zonder hen. De pandemie is te ernstig om doorheen te klieren, dat ziet ook het kind met afwezige ouders.

Deze column verscheen eerder in Folia.