Nieuwsuur als sensatietelevisie

“Maar nu eerst: als er niets gebeurt, kan een doodgewone blaasontsteking straks weer dodelijk zijn”; “Inmiddels waart het tuberculose-spook ook weer rond”; “alarmerende studie over de opkomst van TBC”; “dit is de noodklok”; “als we nu niet ingrijpen, verliezen we de strijd tegen tuberculose”; “vanuit Oost-Europa, Azië en Afrika komt het gevaar nu onze kant op”; “resistentie wordt een steeds groter probleem”; “eigenlijk staan we met de rug tegen de muur”; “het lijkt alsof de medische middeleeuwen terugkeren”; “dat is het doemscenario waar we uiteindelijk tegenaan gaan lopen”.

In de Deense detectiveserie The Killing contrasteren de warme truien van hoofdrolspeler Sarah Lund met de donkere grimmigheid van de serie. In de comedy Friends sluit de uitnodigende bank in het open café Central Perk perfect aan bij de gezelligheid die de vrienden uitstralen. Het is de sfeer die bepaalt hoe kijkers een televisieprogramma ervaren. En dat geldt niet alleen voor series, evengoed voor nieuwsprogramma’s. De zinnen waar dit stuk mee begon, komen uit een item over tuberculose van Nieuwsuur. Ze zetten duidelijk een sfeer neer, een sfeer van angst. Niet direct een toonzetting die men mag verwachten bij kwaliteitsnieuws. En die sfeer van angst krijgt extra lading door de andere twee opmerkelijke thema’s in de beeldtaal van Nieuwsuur: het benadrukken van autoriteit en het geven van een gevoel van urgentie.

De discussie over de kwaliteit van de publieke omroep gaat doorgaans over partijdigheid en objectiviteit. Maar iets anders blijft onderbelicht: kijkers krijgen met Nieuwsuur een programma voorgeschoteld met een sensationalistische toonzetting die de publieke omroep onwaardig is en volkomen overbodig.

Autoriteit
U bent er misschien aan gewend, maar wat zien we eigenlijk, als we naar Nieuwsuur kijken? Nieuwsuur presenteert zich als een expertisecentrum. De presentator bevindt zich in het midden van de studio en praat met experts die hem uitleggen hoe de zaken in elkaar zitten. Hoewel de presentator onderdeel van de redactie is, worden tijdens de uitzending de rollen van presentator en overige redactieleden kunstmatig van elkaar gescheiden. De presentator weerhoudt zich van commentaar of interpretatie, terwijl redacteuren regelmatig worden aangevoerd als expert. De kijker wordt uitgenodigd zich te identificeren met de presentator. ‘Samen’ kunnen ze dan tot een weloverwogen oordeel komen op basis van de gepresenteerde informatie. De presentator staat evenwel boven de kijker. ‘Moeilijke’ woorden als ‘resistentie’ en procedures zoals het formatieproces worden meerdere malen uitgelegd. Getallen en niet-alledaagse zinsconstructies worden langzaam uitgesproken, bijvoorbeeld “be-le-vings-waarde”.

Ieder onderwerp heeft veel beelden en verschillende sprekers, wat naast een gevoel van balans een signaal afgeeft dat Nieuwsuur weet waar kennis te halen is. Experts tonen door hun deskundigheid dat een bepaald onderwerp verdieping waard is. Nieuwsuur nodigt allerlei soorten experts uit. Externe experts zijn vaak wetenschappers, artsen en politici en vaak oud. Om te benadrukken dat zij de kijker meenemen naar hun vakgebied worden ze meestal in hun werkomgeving getoond – soms op het hilarische af. Zo komt bij het item over antibiotica een wetenschapper in witte jas aan het woord met zijn veiligheidsbril nog op. Interne experts zijn vaak redacteuren van het programma, zoals politiek commentator Ferry Mingelen en Arno Vermeulen (“Voetbalspecialist Studio Sport” en “Dienst voetbalzaken van de NOS”). Mingelen zet zijn deskundigheid kracht bij met terloopse opmerkingen die laten zien hoe goed hij thuis is in de Haagse politiek: “wat ik zo hoor in de achterkamers van CDA en VVD”. Regelmatig worden er experts ingezet die uitspraken doen op een terrein waarop zij helemaal geen experts zijn. Zo wordt in een item over een blessure van Robben een voetbalexpert ook medische en juridische vragen gesteld.

Urgentie
Nieuwsuur zet voortdurend een gevoel van urgentie aan. Dit begint al, zoals bij veel nieuwsprogramma’s, met de intro. We beginnen in het donker, dan wordt de tune ingestart, het licht gaat aan, de presentator meldt in korte ‘koppen’ waaronder beelden zijn gezet de belangrijkste onderwerpen. De leader is dramatisch: aanjagende muziek met meeslepende trompetten. De studio van Nieuwsuur lijkt op een calamiteitencentrum zoals we dat kennen uit films: een veilige bunker met verbindingen naar buiten. De grond intensiveert dit beeld. In het donker lijkt de grond op de wijzerplaat van een klok of een kompas. De lichtbalken op de tafel lijken op wijzers.

De presentator is de gids die de kijker, regelmatig bedolven onder een veelheid van beelden, leidt door het nieuws. Hij staat in contact met de wereld via twee periscoopachtige uitklapmonitoren, die gebruikt worden wanneer de presentator met een expert op locatie spreekt. Door de koppeling met het Journaal en Studio Sport kan Nieuwsuur met oudere beelden van voor 2010 – toen het programma nog niet bestond – des suggestie wekken: ‘wij zijn erbij, toen en nu’.

Er is voortdurend beweging te zien. Wanneer op locatie gefilmd wordt in een ziekenhuis, zien we patiënten en artsen lopen. Wanneer een persoon in de studio wordt geïnterviewd, worden de beelden op de achterwand vloeiend veranderd. Dat geeft een extra urgent gevoel. Vooral in de segmenten met Mingelen wordt een illusie van ‘live-heid’ gecreëerd. Zijn haar wappert terwijl hij spreekt, auto’s rijden af en aan, het beeld van hem wordt afgewisseld met beeld van Twan Huys die in de studio naar hem zit te kijken. De vraaggesprekken lijken onvoorbereid: Huys stelt ‘spontane’ vragen; Mingelen doet alsof hij even nadenkt over zijn antwoord.

Nieuwsuur maakt duidelijk dat zij daar is waar het nieuws gebeurt: we zien veel beelden van en op locaties, zelfs wanneer deze niet direct verband hebben met de inhoud van een item, zoals beelden van een speeltuin en basisschool in een item over achterstallige alimentatie. Het eerder genoemde filmen van experts op locatie onderstreept niet alleen het belang van hun werk, het impliceert ook het belang van Nieuwsuur: de drukke expert maakt tijd vrij voor Nieuwsuur. Met name mensen werkzaam in de betasector worden op deze manier verbeeld: ze kijken in een microscoop, schenken vloeistof in een buisje of bekijken röntgenfoto’s. De aanwezigheid op locatie wekt ook de indruk van tijdsinvestering: we hebben moeite gedaan voor dit item, we waren langdurig aanwezig.

Angst
Het is niet per se erg dat een nieuwsprogramma autoriteit en urgentie probeert uit te stralen. Logisch wel. Maar wat doet Nieuwsuur vervolgens met die uitstraling?

De zinnen over tuberculose komen uit een van de eerste uitzendingen van Nieuwsuur. Het waren achteraf malle waarschuwingen: twee jaar later is er geen spook, zitten we nog steeds in medische Verlichting en blijkt Nieuwsuur de noodklok voor niets te hebben geluid. Wanneer je het item meermaals bekijkt, blijkt het te gaan over meer geld voor onderzoek naar nieuwe antibiotica. Nieuwsuur bracht het echter als waarschuwing.

Is er wat veranderd? Nee. Neem een recent item over de screening van borstkanker. Daarin wakkert Nieuwsuur op eenzelfde wijze angst aan. Er wordt meerder malen gezegd, door de voiceover en door de experts, dat de screening schade oplevert en dat er veel nadelen aan zitten. Welke dat zijn, blijft lang onduidelijk. Er komen meerdere artsen op locatie aan het woord (autoriteit! urgentie!) maar ook vrouwen in een wachtkamer. Een van hen zegt “ik weet ook niet of het goed is, zo’n apparaat op je borst”. De indruk wordt gewekt dat dat de schade is waar we zo voor moeten waken. Wanneer je goed luistert (en terugspoelt) wordt duidelijk dat het gaat om nadelen als schijnzekerheid en overbehandeling.

Een ander voorbeeld is een item uit 2010 over radicaliserende Somaliërs. Het start met beelden buiten Schiphol van marechaussee en busjes. Een voice-over vertelt: “Bekend is dat jonge Somaliërs in Europa radicaliseren en gerekruteerd worden voor de heilige oorlog in hun geboorteland.” We zien beelden van mannen in legerpak die een keffiyeh over het gezicht dragen, munitie om hun nek hebben hangen en geweren in hun handen hebben. We horen iemand in het Arabisch zingen. De voice-over vertelt dat inlichtingdiensten bang zijn dat radicaliserende moslims in Europa op trainingskamp gaan en dan met hun kennis “terugkeren” naar het westen. Hierbij zien we beelden van gesluierde vrouwen op straat in wat ‘het Westen’ lijkt te zijn (de vrouwen dragen dikke winterjassen over hun lange jurken). In Rotterdam heeft een Somalische terreurorganisatie geprobeerd jongeren te werven. Hierbij zien we beelden van meerdere donkere mannen in een rijtje telefooncellen. De boodschap die hier in combinatie van beeld en taal wordt overgebracht, is dat ellende uit Somalië via Schiphol en telefoonlijnen Nederland in komt.

Items worden meestal gebracht in een standaardverhaalvorm: een begin, een middenstuk of climax en een einde of oplossing. Maar omdat nieuws zelden een écht einde of oplossing kent, wordt opvallend vaak gebruik wordt gemaakt van speculatie: hoe gaat dit aflopen? Daarmee vraagt Nieuwsuur interne en experts om speculatieve uitspraken te doen en mogelijke scenario’s door te lichten.

Een voorbeeld is het antwoord van Ferry Mingelen die op verzoek van Huys speculeert over de positie van de CDA-Kamerleden Kathleen Ferrier en Ad Koppejan:

“Als ze er morgen nog niet uit zijn …  kan ik me zo voorstellen dat de twee dissidenten ook nog met Maxime Verhagen gaan praten … als Maxime weer een woedeaanval krijgt, is de kans dat Koppejan akkoord gaat sowieso al wat kleiner. Als ze het niets eens zijn, wordt het weer een hele, hele lange dag. … Ja, ik denk dat ze het wel zullen proberen eens te worden. … De verwachting is dat ze de uiteindelijke totstandkoming van het nieuwe kabinet niet zullen blokkeren, ja, want anders hebben we een heel groot probleem en kan de nieuwe formateur weer een rondje gaan maken” (4 oktober 2010).

Naïef
Je kunt je natuurlijk afvragen of het haar van Mingelen expres wappert en of de keuze van de beelden bij Somalië bewust is. Maar de gesignaleerde thema’s keren in iedere uitzending van Nieuwsuur terug, zijn patronen. Het gebruik van deze stijlmiddelen is geen toeval. Ze worden ingezet om de kijker te binden. Door autoriteit en urgentie te benadrukken, wil Nieuwsuur het idee verstevigen dat het programma het laatste nieuws brengt, er bovenop zit. De inzet van angst versterkt de noodzaak iedere dag te kijken: als je niet kijkt, mis je belangrijke verslaggeving van Nieuwsuur en dat kan slecht voor je uitpakken.

Nieuwsuur doet daarbij bovendien alsof het nieuws zich voltrekt tijdens haar uitzendtijd. Dat is natuurlijk niet zo. De uitzendingen bevatten zelden brekend nieuws. Bovendien zijn verslaggeving en nieuwsvoorziening in tijden van Twitter en Politiek 24 nonstop. Om 22 uur ’s avonds zit de nieuwsdag er grotendeels op. Het tijdstip is meer geschikt voor terugblikken op het nieuws dat de hele dag op de burger is afgevuurd. Door zichzelf als onmisbaar calamiteitencentrum te presenteren is Nieuwsuur daarmee bij vlagen even naïef en wereldvreemd als The O’Reilly Factor. Het is cru om vast te stellen, maar het belangrijkste actualiteitenprogramma van de publieke omroep bedient zich van stijlmiddelen die we vooral kennen van Amerikaans sensatienieuws.

Met dank aan Cem Gömüsay en Arif Kornweitz die hebben meegewerkt aan de analyse van Nieuwsuur.

Dit stuk verscheen zaterdag 8 september 2012 in de Volkskrant. De reacties van medewerkers van Nieuwsuur waren boos. Hoofdredacteur Carel Kuyl reageerde met een opiniestuk waarin hij alle kritiek terzijde schuift.