Truttigheid ipv onpartijdig nieuws: polemiek over Maartje van Weegen
Maartje van Weegen is geweldig. Geweldig welgevallig. Geweldig institutioneel. Zo onverzettelijk vergroeid met de publieke omroep dat zelfs zijzelf zich niet kan meer wegsnijden. Zou ze dat al willen, staat er een kloon klaar. Maar ze wil niet echt; zij blijft, desnoods postmortaal.
In 1984 moest het Journaal gezelliger, informeler, toegankelijker. Er kwam een Halfzesjournaal, een soort halfjournaal. Lekker begrijpelijk en vooral knusjes; met oorbellen en een broche. Omdat Maartje bij Cijfers & Letters uitermate bekwaam was geraakt in keuvelen, mocht zij in de studio zowel nieuws komen voorlezen als gasten bevragen. Maartje als de gebloemde theemuts, iedere dag weer. Twee miljoen mensen keken. Maartje is daarmee eigenhandig schuldig aan de popularisering van de Nederlandse televisiejournalistiek.
Nu is er niets mis met popularisering. Ik verdien mijn geld met popularisering. Maar Maartje en haar oorbellen houden helemaal niet van popularisering. Maartje ziet zichzelf als bastion van kwaliteitsjournalistiek. Het Journaal en Nova, waar Maartje naar doorvloeide als een druppel op een extra-absorberende tampon, doen alsof ze de hoeder van de waarheid zijn. Zelfs toen Maartje royalty-watcher werd, deed ze alsof ze hiermee een poortwachtersfunctie vervulde. Alsof de democratie zou instorten als niet zíj verslag deed van de hoedjes bij Friso’s huwelijk.
Maar Maartje is geen hoeder, Maartje is een fopspeen. Met de mantel des Maartjeschaps werden alle crises rond het koningshuis vakkundig gepacificeerd. Maartje is geen luis in de pels, Maartje is dienstbaar aan de macht. Maartje is de macht. Het sportieve kapsel het symbool van de status-quo.
Maartje is hypocrisie vermomd als braafheid. Zij bracht burgerlijke bekrompenheid in plaats van onpartijdig nieuws, zogenaamd omdat het volk dat wil. En ondertussen koestert Maartje niets dan dedain voor het volk. Ze behandelt haar kijkers als kleuters. Toen het volk op Fortuyn stemde, deed dit pijn in haar hart. Maartje spuugt op alles wat populair is, behalve op zichzelf.
41 jaar al glimlacht, glundert en glorieert Maartje bij de publieke omroep. 41 jaar voor dezelfde baas. Vijf geleden zwoer Maartje dat haar afscheid van tv voorgoed was. Dat was een leugen. Als een zombie die maar niet dood wil gaan, keert Maartje steedsterug op de tv. In april kondigde ze haar radiopensioen aan. Hup, op de tv. In juli presenteerde ze Nederland Valt Aan. Hup, op de tv. In augustus stopte ze dan echt-echt. Hup, op de tv met een door haarzelf samengestelde terugblikavond met alleen maar programma’s met Maartje. Want zo is Maartje, zo is de hele publieke omroep. De eigenpijperij kent geen grenzen.
Misschien blijft ze nu wel weg, maar het is al te laat. De Maartje-theemuts is vormvast, een Leco-look voor vrouwelijke nieuwslezers. Astrid Kersseboom, Elsemieke Havinga, Mariëlle Tweebeke. Allemaal zijn ze geïnfecteerd met de dodelijk brave truttigheid van Maartje. Overal zie je nu gewetenloze klonen van Maartje. De zombieapocalyps heeft plaatsgevonden.
Zombiefilms eindigen nooit goed. Alhoewel. Misschien kan de populaire cultuur ons redden. In Shaun Of The Dead worden de zombies getemd en in een schuur gezet waar ze eindeloos moeten gamen.
U weet wat u te doen staat.
Deze polemiek is geschreven voor en uitgesproken op de Avond van de Polemiek op 2 november 2012 in de Balie. Thema van de avond was Ad Hominem. De schotschriften moesten dus gericht zijn op een persoon. De polemiek verscheen op 12 november in het Parool.