De portier als bindende voorwaarde

portierVroeger scheen er blauw licht in de wc’s van het Oost-Indisch Huis. Het was om te verhinderen dat heroïneverslaafden de toiletten gebruikten om rustig een shot te zetten – in zulk licht zie je geen aderen. De junks glipten vaak langs de receptie. Sowieso had het Oost-Indisch Huis veel te kampen met diefstal. Als je even een printje ging halen, moest je kamerdeur op slot.

Toen ik er kwam werken in 2003 was er nauwelijks nog drugsoverlast op de Wallen en zag je nooit meer junks in de universiteitsgebouwen, al lag er nog wel een enkele keer een menselijke drol in de steeg bij het Spinhuis. Vaste portier Iwan Ellis zat er niet zozeer voor de veiligheid als wel voor de gastvrijheid. Hij was het aanspreekpunt voor iedereen, maakte grapjes met studenten en medewerkers. Iwan was het Oost-Indisch Huis.

Iwan is al een tijdje met pensioen. Er zit nu een nieuwe bewaker. Ik ken zijn naam nog niet, maar hij noemde me al na twee keer sleutel ophalen ‘Lin’. In REC-J/K zit een superaardige mevrouw die dit jaar met pensioen gaat. Toen ik daar nog wekelijks lesgaf maakten we elke vrijdagmiddag een babbeltje. Het is jammer dat ze gaat, maar er komt hopelijk een nieuwe portier voor terug die net zo vriendelijk is. Die zal ik helaas niet leren kennen omdat de zalen daar tegenwoordig opengaan met een medewerkerspas. Een sleutel is niet meer nodig. De nieuwe tijd, net wat u zegt.

In Utrecht zien ze het helemaal niet meer zitten met portiers aan de receptie. De UU sluit de receptie van het Buys Ballotgebouw op de Uithof, een groot pand waar honderden medewerkers en studenten gebruik van maken. Binnenkort zullen nog twee balies volgen. Een portier zou niet effectief zijn en zelfs een gevoel van schijnveiligheid kunnen creëren, tekent universiteitsmagazine DUB op. Het Facilitair Service Centrum, de dienst die verantwoordelijk is voor gebouwenbeheer, beweert dat de sfeer juist beter wordt als de voordeur alleen nog met een pasje opengaat, er camera’s worden opgehangen en er af en toe flexbewakers door de gang lopen.

De directeur van de dienst zegt tegen DUB dat het echt niet om een bezuinigingsmaatregel gaat, maar dat het natuurlijk wel reuze fijn is dat er geld mee bezuinigd wordt. Dat geld kan dan weer naar onderwijs en onderzoek en dat willen we toch allemaal! Maakt u zich ook geen zorgen dat er arbeidsplaatsen verdwijnen. Vaste krachten zullen op een andere plek gaan werken; het zijn slechts externen die u niet meer terugziet en inhuurhulp telt niet, dat weet iedereen.

Het is jammer dat de directeur van de gebouwendienst niet snapt wat gebouwen doen. Filosoof en UvA-alumnus Jacco Prantl schreef daar onlangs mooi over. Gebouwen vormen samen met studenten, personeel en archieven de essentie van de universiteit. ‘De academie is dus geen bedrijf, maar een gemeenschap waarbij de verkoop van de gebouwen even desastreus is als het verlies van het personeel door de afwezigheid van langdurige arbeidsrelaties,’ stelt hij.

Het Maagdenhuisprotest begon met het kraken van de voormalige kantine van het Spinhuis en vatte vlam door woede over de verkoop van het Bungehuis. Gebouwen zorgen voor worteling, ze zijn de grondvesten van de gemeenschap. Een directeur van gebouwen zou moeten weten dat gebouwen niet statisch zijn. Ze bouwen, ze maken, ze brengen iets voort. Een portier is er misschien ook voor de veiligheid, maar hij is vooral de belichaming van de levende aard van het universitaire gebouw. Wie daar op bezuinigt, bezuinigt op academische binding.

Deze column verscheen eerder in Folia.


Blogger Publicatiedatum: April 22, 2017