Hoe de UvA een middelvinger opsteekt naar de commissie-Van Rijn

geld trapDe pijn was geanticipeerd, maar kwam toch hard binnen. In maart was al duidelijk dat de Commissie Van Rijn zou aanbevelen om geld over te hevelen van de geestes- en sociale wetenschappen naar de bèta’s. Toen werd een bedrag van €150 miljoen genoemd, in het nu verschenen eindrapport staat €250 miljoen. Gelukkig had de UvA haar reactie al klaar. Op dag van publicatie organiseerde de universiteit een evenement dat een dikke middelvinger richting Van Rijn was.

Minister Van Engelshoven heeft deze adviescommissie ingesteld omdat ze de bekostigingssystematiek wil aanpassen. Bijzonder problematisch aan het rapport is de onderliggende overtuiging dat het de taak van de universiteit is om het bedrijfsleven te bedienen: wij dienen relevant geschoolde arbeidskrachten en direct toepasbare onderzoeksresultaten te produceren. Als academici moeten wij daar niet in meegaan, maar staan voor vrije wetenschapsbeoefening.

Dat neemt niet weg dat ook ik vind dat er iets moet gebeuren bij de technici. Het is bij opleidingen als informatica dweilen met de kraan open. Studenten worden nog voor hun afstuderen weggekocht. Dat afstuderen stelt weinig voor: in groepjes wordt gewerkt aan projecten, die bruikbaar moeten zijn voor bedrijven. Dankzij de roep van het geld is het lastig om talent te behouden, en zo blijft er een tekort aan docenten om de aanwas te onderwijzen.

Beta’s krijgen al meer
Maar bèta’s krijgen al onevenredig meer geld dan de rest, en die rest is de afgelopen jaren al dermate uitgeknepen dat de koek op is – zoals bleek uit de reacties die volgden op de voorlopige conclusies van de Commissie. Deze week werden die dunnetjes overgedaan – zie hier voor een overzichtje.

Uiteraard was er ook de officiële reactie van de UvA, waarin beleefd wordt gesteld dat de voorgestelde verschuiving onrust en meer druk gaat brengen, en dat het onacceptabel is dat alfa, gamma en geneeskunde gekort worden. Het ‘reallocatie-effect’ is aan de UvA €5 miljoen, en de reactie had daarom best iets minder welvoeglijk mogen zijn. Maar je kunt ook op een andere manier reageren dan via een persbericht op je site.

Zwaartepunt Artificial Intelligence
Dat deed de UvA door uitgerekend afgelopen woensdag het nieuwe zwaartepunt Human(e) AI te lanceren. Zulke uitgelichte onderzoeksgebieden zijn bedoeld als internationale profilering. Het zijn onderwerpen waar multidisciplinair ingezet wordt op excellentie en nog meer van dat soort wervende managementtaal. Deze ‘Research Priority Area’ over AI is echter ook een statement tegen de Commissie Van Rijn.

Tijdens het lanceringsevenement legden wetenschappers uit verschillende disciplines uit wat zij doen met AI. Het ging over normatieve kritiekkaders die verder gaan dan een nauwe focus op vooroordelen; over monopolievorming als belangrijk risico; over ‘ethics washing’ door bedrijven; over het lichaam als vehikel van bias; over de disruptieve ervaring die niet-antropomorfische beslissingsmakers mogelijk brengen. Het was, kortom, waanzinnig interessant.

Interdisciplinaire aanpak
AI-onderzoek kan niet zonder een interdisciplinaire aanpak. Als we systemen willen leren met elkaar te communiceren, moeten we eerst weten hoe mensen beslissingen nemen. Welke notie(s) van rationaliteit willen we dat machines overnemen?  Geautomatiseerde beslissingsprocessen hebben vervolgens juridische, ethische en maatschappelijke consequenties die getheoretiseerd moeten worden.

Het zwaartepunt rond AI is opgezet om onderzoek op die vlakken te verbinden. Samenwerking is bittere noodzaak, want als we dit aan de bèta’s overlaten gaan we allemaal dood. Als we bèta-studenten ook maar iets willen meegeven van die consequenties, hebben we gezonde en stabiele geestes- en sociale wetenschappen nodig.

De Commissie Van Rijn vindt ook wel dat er samengewerkt moet worden, maar vanuit het bedrijfsnut-perspectief geredeneerd houdt dat in dat alfa en gamma vooral ten dienst moet staan aan bèta, een conclusie die je ook zou kunnen trekken na dit lanceringsevenement. De middelvinger uit de titel is gechargeerd.

Eenrichtingsverkeer
De geestes- en sociale wetenschappers die woensdag spraken redeneerden voortdurend richting bèta: wat kunnen wij onderzoekers daar bieden? De aanwezige informatici deden dat niet, zij zochten – op een enkele uitzondering na – geen verbinding met hun collega’s. Dat zou natuurlijk kunnen komen omdat het ze niet interesseert of omdat ze het niet kunnen volgen (ethiek is immers tamelijk ingewikkeld). Er is voor hen in ieder geval geen noodzaak om samen te werken, terwijl het voor de alfa’s en gamma’s een kwestie van overleven lijkt te worden, zeker als de aanbevelingen van Van Rijn worden opgevolgd.

Het hoeft niet zo te gaan. Tijdens een van de panels zei AI hoogleraar Maarten de Rijke iets heel opmerkelijks. Volgens hem kan er met geld uit de derde geldstroom meer fundamenteel onderzoek gedaan worden dan met NWO-geld. Oftewel: het bedrijfsleven financiert op dit moment makkelijker zuivere wetenschap dan het orgaan dat belast is met het competitief verdelen van overheidsgelden. De oplossing voor de knelpunten die de Commissie Van Rijn signaleert is dus simpel.

We laten de financiering van bètatechniek volledig over aan de partijen die zo graag een vinger in de pap willen; de partijen die zitten te springen om afgestudeerden in die richting, die vervolgens flink verdienen aan die publieke investering en die in sommige gevallen geen belasting betalen. Het onderwijs en onderzoek in bètatechniek vertrouwen we voortaan volledig toe aan het bedrijfsleven. Dan kan de rest van het geld naar disciplines zonder direct bedrijfsmatige, maar met onmisbare maatschappelijke waarde.

Deze column verscheen eerder op Folia.