Ik wil niet langer zwijgen over pedofilie

Eigenlijk wil ik dit stuk helemaal niet schrijven. Eigenlijk wil ik gewoon zwijgen over dit onderwerp. Het is makkelijker om niets te zeggen; dit schrijven levert gezeik op. Aan de andere kant: ik sta toch al op een lijst van pedoknuffelaars, dus waarom ook niet?

Pedofielen zijn de verliezers van de seksuele vrijmakingsbeweging die na de Tweede Wereldoorlog voet aan grond kreeg. Je zou zelfs kunnen zeggen dat zij geofferd zijn, een mening die mijn voorbeeld in vrij denken, Gert Hekma, vaak uit. Homo’s konden volgens hem emanciperen ten koste van pedofielen. Homoseksualiteit werd lange tijd geassocieerd met oudere mannen die het met minderjarige jongens deden. Toen de homobeweging nadrukkelijk afstand nam van pedofilie, maakte dit volgens Hekma de weg naar homo-emancipatie vrij.

In de jaren 70 waren er mensen die vrijuit beweerden dat seks tussen kinderen en volwassenen plezierig kon zijn en niet noodzakelijk schadelijk. Inmiddels is dat ondenkbaar: we zien iedere vorm van seksuele omgang tussen kinderen en volwassenen per definitie als misbruik. Zelfs een heimelijk verlangen daarnaar wordt gezien als monsterlijk. Enig begrip voor pedofielen is uit den boze. Voor hen is er geen plek in de lettersoep. Criticasters van de letterreeks LHBTQIA vragen me vaak cynisch of ik pedo’s daar ook tussen wil hebben. Ik zwijg dan wijselijk. Het is makkelijker om niets te zeggen; betogen dat daar best een lans voor te breken is, levert gezeik op.

Halverwege de jaren 80 veranderde de tolerantie naar pedofielen. Vanuit de vrouwenbeweging spraken slachtoffers van seksueel geweld zich uit over de trauma’s die hen waren aangedaan. De zaak-Dutroux maakte in de jaren 90 de demonisering van pedofielen compleet. In 1996 werd de Belgische Marc Dutroux opgepakt voor de ontvoering van zes jonge meisjes. Hij had ze opgesloten in een kelder en ze verkracht. Vier meisjes overleefden het niet. De hele wereld reageerde vol afschuw.

Er is een verschil tussen pedofilie, pedoseksualiteit en kindermisbruik. Pedofielen vallen op kinderen, wat niet betekent dat ze ook handelen naar hun verlangen. Pedoseksuelen doen dat wel, maar niet vanuit het oogpunt die kinderen pijn te willen doen. Ze houden immers van hen. Kindermisbruikers vormen een andere categorie. Slechts twintig procent van hen heeft pedofiele gevoelens, bij de rest draait het om verschillende factoren zoals vroeger zelf misbruikt zijn, antisociale tendensen, persoonlijkheidsstoornissen en – in het geval van incest – simpelweg maar doodeng ‘de gelegenheid creëert de dief’. Als pedofilie, pedoseksualiteit en kindermisbruik met elkaar verward worden, zwijg ik omzichtig. Het is makkelijker om niets te zeggen; het verschil uitleggen levert gezeik op.

Dat Dutroux geen pedofiel is maar een psychopaat, weten de meeste mensen niet. Pedofielen zijn monsters, zo is de gedachte. Die jaag je desnoods met hooivorken het dorp uit. Ouders willen geen zedendelinquenten in hun buurt, het maakt niet uit hoezeer deskundigen ook zeggen dat iemand zijn straf heeft uitgezeten en dat de kans dat hij het nog eens doet klein is. Een kleine kans is immers nog steeds een kans, en dat risico wil je niet lopen met je kind.

Mogen die mensen dan nooit terugkeren in de maatschappij? En hoe zit het met pedofielen die geen seksuele of zelfs maar seksueel-achtige handelingen met kinderen hebben verricht? Waar mogen zij werken? Waar mogen zij wonen? Zijn zij geen burgers meer? Ik wil die vragen graag publiekelijk stellen, maar ik zwijg beduchtzaam. Het is makkelijker om niets te zeggen; reuring creëren, levert gezeik op.

Er is geen enkele groep in Nederland die zo gestigmatiseerd wordt als pedofielen. Stigma is volgens de beroemde socioloog Erving Goffman een proces waarin de reactie van de ander schade toebrengt aan iemands identiteit. Vaak gaat stigmatisering gepaard met ontmenselijking: de drager van stigma wordt gereduceerd ‘from a whole and normal person to a tainted, discounted one’ (uit: Stigma (1963), p. 3).

Stigma kills, weten we van sekswerkers. Van pedofielen weten we weinig. Ze zijn onzichtbaar in onderzoek, en er zijn sowieso nauwelijks onderzoekers die het onderwerp aandurven. Toen mijn collega Gert Hekma zich over het onderwerp uitsprak, werd hij wekenlang bedreigd. En dus zwijg ik lafjes. Het is makkelijker om niets te zeggen; wetenschap over dit onderwerp wensen levert gezeik op.

Ik sta op die lijst van pedoknuffelaars omdat ik één keer dapper was. In 2014 tekende ik een brief waarin de Hoge Raad werd opgeroepen Vereniging Martijn niet te verbieden. Omdat ik de vrijheid van meningsuiting en het recht op vereniging belangrijk vind, en omdat ik vind dat deze basisvrijheden ook voor pedofielen gelden. Los van die lijst gebeurde er eigenlijk niets. Toch zweeg ik daarna weer. Het bleef makkelijker niets te zeggen, wie wil nou gezeik?

Maar het wringt. Want ik schrijf over seksualiteit en ik gebruik mijn podium om aandacht en empathie te vragen voor alle seksuele variaties. Pedofielen verdienen het daartussen te staan. Want je zal er maar achter komen, zo aan het einde van de puberteit, dat de leeftijd van de mensen die je begeert niet evenredig is gestegen met je eigen leeftijd. Toen je 10 was, viel je op meisjes van 10. Toen je 15 was ook. En nu je 20 bent nog steeds, en dat mag je aan niemand vertellen.

Soms, in klein gezelschap, neem ik het wel eens op voor pedofielen. ‘Je kind zal het maar zijn’, zeg ik dan. Nu ik dit heb opgeschreven, hoop ik vaker mijn zwijgen te durven doorbreken. Op den duur wordt niets zeggen onhoudbaar. Dan maar een beetje gezeik.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.