Een nationaal klachteninstituut academische intimidatie is broodnodig

schaken pion kroon machtigTwee decennia lang kwam hij ermee weg. Bijna twintig jaar kon hij collega’s in het kruis grijpen, grapjes maken over zelfbevrediging en dickpics rondsturen. Uiteindelijk komt hoogleraar Arbeidsrecht B. wel ten val, maar niet dankzij de UvA. Klachten over hem werden simpelweg niet genoteerd omdat hij te machtig was.

De zaak B. laat zien hoe noodzakelijk een landelijk, onafhankelijk klachteninstituut is. Toch wil minister Van Engelshoven er niets van weten.

Hoewel studenten en medewerkers van de vakgroep arbeidsrecht wisten hoe B.’s vork in de steel zat, kwam er pas in 2018 een einde aan zijn seksuele terreur. De bijnaam ‘Een acht voor een nacht’ krijg je niet zomaar, maar als je het publicatiekanon en de statusster van de faculteit bent, kun je je blijkbaar van alles permitteren.

Onvermogen
NRC publiceerde afgelopen mei een schokkende reconstructie, waaruit duidelijk wordt dat juristen van buiten de UvA ervoor moesten zorgen dat er een onderzoek naar B. kwam. Bovendien krijgt hij volledige inzage in alle documenten, waardoor sommige slachtoffers zich uit angst toch weer terugtrekken. Uiteindelijk wordt B. niet ontslagen, maar stapt hij zelf op. Erkenning voor wat hij mensen heeft aangedaan blijft daardoor uit.

Het artikel in NRC legt de vinger op de zere plek. Dit kon gebeuren door machtsconcentratie en belangenverstrengeling, leidinggevenden die elkaar de hand boven het hoofd hielden en vooral het onvermogen om hoogleraren tot de orde te roepen. Dat geldt overigens niet alleen voor professoren die zich schuldig maken aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Zelfs iets simpels als aantoonbaar schadelijke supervisie van promovendi wordt nauwelijks aangepakt.

De UvA deed de zaak af als incident. In plaats van te zeggen dat de universiteit er alles aan gaat doen om te achterhalen hoe dit zo lang heeft kunnen voortduren, kwam er de slappe reactie dat er ‘gesprekken zijn gevoerd’. In dat bericht liegt de UvA dat ‘sociale veiligheid een prioriteit [is], grensoverschrijdend gedrag wordt niet getolereerd’. Als dat immers zo was, had dit nooit kunnen gebeuren. Het systeem is ziek.

Op de schop
Dat systeem reikt verder dan de UvA. Dit jaar publiceerde het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren een onderzoek naar wangedrag en intimidatie in de wetenschap. Daarin stellen zij dat de huidige wetenschapscultuur een aantal ‘faciliterende kenmerken’ heeft waardoor deze misstanden niet worden aangepakt. De auteurs noemen bijvoorbeeld de hoog competitieve en individualistische cultuur, en het hiërarchische karakter.

Marijke Naezer was eerste auteur van dat onderzoek en is in te huren voor workshops over het onderwerp. Dat doen universiteiten nog maar minimaal, het blijft bij een enkele uitnodiging, zo vertelde ze me. Ook dat is indicatief voor de academische cultuur. Er bestaat nauwelijks bereidheid dit onderwerp op te pakken. Logisch wel, omdat alles er dus op wijst dat het systeem op de schop moet en daar heeft geen enkele bestuurder zin in.

Statement
Een makkelijker te realiseren aanbeveling van Naezer is het instellen van een autonoom nationaal instituut. Zo voorkom je dat leden van een onderzoekscommissie afhankelijk zijn van de aangeklaagde collega. Bovendien hebben bestaande vertrouwenspersonen zelden de macht in te grijpen en is er – zo maken de recente gebeurtenissen aan de EUR duidelijk – onvoldoende garantie van geheimhouding.

Zo’n nationaal klachteninstituut is dus broodnodig en hoeft niet duur te zijn. Toch ziet minister Van Engelshoven er niets in. Dat bleek deze week na Kamervragen. Ja, zo geeft ze toe aan ScienceGuide, intimidatie is een probleem in de wetenschap. Maar de VSNU heeft een statement uitgebracht waarin alle universiteiten zulk gedrag verwerpen en dat is voor haar afdoende. En natuurlijk is ieder incident er één te veel, maar de minister gaat toch afwachten wat de universiteiten zelf gaan doen.

Rechtendecaan André Nollkaemper heeft in reactie op de berichtgeving rond hoogleraar B. gesteld dat een mannencultuur de oorzaak was van het gebrek aan ingrijpen. De opstelling van minister Van Engelshoven laat echter zien dat gender hier weinig mee van doen heeft. Ook op nationaal niveau beschermen bestuurders elkaar. Beter strijden we dus voor een Europese ombudsman.

Deze column verscheen eerder op Folia.