Zolang je met een universitair diploma meer verdient, blijft het druk op de uni

geld trapHet is altijd wat. Soms gaan er te weinig mensen naar de universiteit, dan weer te veel. Soms moet de universiteit meer op een hogeschool lijken, en dan moet het wo weer minder als het hbo aanvoelen. Het is een logisch gevolg van vergadercycli dat geen verandering geen optie is, want dan moeten bestuurders en ambtenaren duimen draaien.

Dus daarom ging het deze week maar weer eens over de verhouding tussen hbo en uni bij het Kamerdebat over de Strategische Agenda Hoger Onderwijs. Zoals altijd met onderwijsaangelegenheden heeft iedereen daar een mening over, waarbij geïnformeerdheid door onderzoek facultatief is. Het verslag op ScienceGuide lijkt wel een aflevering van Promenade: alle clichématige standpunten passeren de spreekwoordelijke revue.

Zo was er de ‘we moeten het hbo herwaarderen’ en de ‘we moeten vooral een combinatie van hbo’ers en wo’ers hebben’. Er werd geklaagd over ‘verkapte hbo-opleidingen aan universiteiten’ en waardering geuit voor ‘de regio-functie van hogescholen’. De minister zelf kwam met een hartverwarmend ‘gewoon kijken naar het belang van de student. Waarbij je ook durft te zeggen tegen een student die langskomt bij de universiteit: met jouw ambities en wat jij wilt, kom je veel beter tot je recht in het hbo’.

Harry van der Molen (CDA), een echte klimmer (hij deed communicatie op achtereenvolgens het mbo, het hbo en het wo, maar haalde het einde net niet), vroeg zich af: ‘Is die groei bij universiteiten ook niet een beetje het gevolg van dat er heel veel opleidingen, gewoon een hbo-opleiding geworden zijn op universitair niveau?’

Nu is het natuurlijk zo dat de groei van het aantal wo-studenten samenhangt met een daling van het niveau. Dat is weer een gevolg van de statistisch-wonderlijke wens van het kabinet-Balkenende-III dat in 2007 verordende dat in 2020 (!) de helft van alle werkende Nederlanders hoogopgeleid moest zijn. Maar wat zou Van der Molen precies bedoelen met een academische hbo-opleiding?

Het is al tijden niet meer zo dat universiteiten puur opleiden voor een baan in de wetenschap. Dat is ook nooit anders geweest, denkend aan al die artsen en advocaten die de academie altijd al aflevert. Onderzoek doen is een manier om academische vaardigheden op te pikken en te onderhouden, geen einddoel an sich. Universitaire opleidingen hebben eindtermen waarin zorgvuldig is vastgelegd welke kennis, vaardigheden en inzichten een student verworven moet hebben aan de eindstreep.

Die eindtermen verschillen logischerwijs op kennis (‘van de belangrijkste theoretische stromingen, benaderingen en debatten in de politicologie’) maar vertonen opvallend veel overeenkomsten. Zo moeten ook studenten scheikunde een zelfstandige, kritische werkwijze en houding aannemen; moeten ook studenten natuurkunde in staat zijn mondeling en schriftelijk te rapporteren over wetenschappelijke resultaten; en moeten ook studenten wiskunde informatie kunnen zoeken en verwerken.

Academische vorming is een moeilijk thema. Politici weten dus niet wat het betekent, personeelsadvertenties vragen er slaafs om, veel studenten hebben er niets mee. Dat laatste is ook niet gek: de studiegids is allang geen fysiek boekwerk meer dat je doorbladert op zoek naar keuzevakken. Eindtermen zitten verstopt in de Onderwijs- & Examenregeling (OER), een juridisch document dat je alleen leest als je loopholes in de regels zoekt.

Studenten kiezen niet voor een opleiding op basis van eindkwalificaties, ze zoeken naar startkwalificaties. Het zal het UWV deugd doen dat monies (of clout, het onderscheid is lastig te maken) daarbij van belang zijn. Het contrast in salaris – zowel aan het begin als later – tussen hbo en wo is groot en dat blijft een belangrijke drijfveer om voor de universiteit te kiezen, ook als studenten daar minder ‘tot hun recht komen’. Zolang die loonkloof bestaat, maakt het niet uit welke gratuite/domme/hoopvolle meningen Kamerleden spuien of met wat voor warme visies een minister komt. Even doorbijten om later minder op een houtje te bijten.

Deze column verscheen eerder op Folia.