Waarom heteromannen op leeftijd vaak vereenzamen

vriendschap mannenSociale onthouding tijdens de coronacrisis raakt ons allemaal op een andere manier. Er wordt daarom bijvoorbeeld aandacht gevraagd voor ouderen, die misschien niet zo snel de app Houseparty leren gebruiken, maar met wie je nu wel extra veel Wordfeud kan spelen. Binnen die groep zijn eenzamen die wat extra vriendschap kunnen gebruiken: oudere mannen, en dan met name cisgender heteromannen die traditionele opvattingen over mannelijkheid hebben.

In de wetenschappelijke literatuur wordt een typologie gehanteerd van meerdere genmannelijkheden. ‘Hegemoniale mannelijkheid’ verwijst dan naar het ideaalbeeld, het soort man dat de meest succesvolle claim op autoriteit kan leggen (zie mijn uitgebreide bespreking). Deze mannen hebben zakelijk en sociaal de wind mee omdat zij het meeste baat hebben bij het patriarchaat, zij zijn de norm.

Uit eerder onderzoek weten we echter ook dat cisgender heteromannen de minste vrienden hebben. Een recente studie bekeek of er een verband is tussen het onderschrijven van hegemoniale mannelijkheid en confidant patterns (patronen van vertrouwelingen) onder oudere mannen. Vriendschappen onderhouden wordt traditioneel immers gezien als vrouwelijk en je vrouwelijk gedragen gaat in tegen het idee van hegemoniale mannelijkheid. Clint Eastwood was niet voor niets een loner.

De onderzoekers maakten gebruik van een bestaand panel met hoofdzakelijk witte Amerikanen uit Wisconsin met minimaal een middelbareschoolopleiding. De steekproef omvatte 2536 vrouwen en 2951 mannen die op het moment van onderzoek tussen de 70 en 74 jaar waren. Deze mensen zijn gevraagd om aan te geven of ze in de familie- of vriendenkring een persoon hadden met wie ze hun persoonlijke gevoelens konden delen. Daarnaast moesten ze stellingen evalueren als: ‘It bothers me when a man does something that I consider ‘feminine’ en ‘Being larger, stronger-looking, and more muscular makes men more attractive to women’.

De onderzochte mannen hadden vier keer vaker dan vrouwen helemaal geen vertrouweling. Als er slechts één confidant was, was dat bovendien veel vaker een familielid. Het bleek inderdaad dat hoe meer een mannelijke respondent hegemoniale mannelijkheid onderschreef, hoe kleiner de kans dat hij een vertrouweling had.

Het is verleidelijk om dan direct te wijzen naar toxic masculinity, de term die te pas en te onpas wordt gebruikt om negatieve effecten van het bestaan van mannen te duiden. Sowieso gebruik je die vage term beter niet. De onderzoekers wijzen erop dat er allerlei verklaringen mogelijk zijn voor de gevonden samenhang. Pensioen is bijvoorbeeld een overtuigende: bij hegemoniale mannelijkheid past status en contacten op het werk, die na het pensioen verdwijnen.

Het is ook verleidelijk om een causaal verband te zien: deze mannen hebben niemand omdat ze vervelende opvattingen over gender hebben. Het kan net zo goed zo zijn dat deze mannen vooral heel autonoom zijn, en daarom hoog scoren op de schaal van hegemoniale mannelijkheid.

Welke kant het verband ook opgaat, dit onderzoek is een mooie reminder om deze groep niet te vergeten. De onderzoekers bevelen aan om oudere cisgender heteromannen te helpen met het ‘herdefiniëren van mannelijkheid op een manier die bijdraagt aan hun waarschijnlijkheid vertrouwelingen te hebben’. Je bent niet alleen nooit te oud om te leren, maar het is ook nooit te laat om feminist te worden. In een interview over de studie formuleren de onderzoekers het zo:

‘It’s about learning how to offer tools for people not to be socially isolated and helping them develop the capacity to recognize that all of the ways they have upheld being so-called ‘real men’ is not going to work for them as they age.’

Deze column verscheen eerder op Brainwash.