Coronanostalgie

zakhorloge nostalgieHet is alweer voorbij. De rust, de kalmte, de gelatenheid. Nu de maatregelen tegen corona sneller dan verwacht versoepeld worden, bekruipt mij een gevoel van nostalgie.

Die nostalgie is natuurlijk vals. Er was en is niets fijn aan corona. De ziekte is verschrikkelijk, ook voor jonge mensen. Ik ken er twee die het hadden en die nog steeds klachten hebben: last van de borst, ademhalingsproblemen, angst.

Wekenlang doodziek zijn en je conditie volledig kwijt zijn is geen pretje; aan de beademing in het ziekenhuis is officieel traumatisch; en doodgaan is – nou ja, doodgaan is gewoon ruk. Niet in de laatste plaats voor je nabestaanden. Ik zie ook wat corona doet met mensen die in de zorg werken en nu nog meer overbelast zijn, en met zzp’ers die hun klussen allemaal gecanceld zagen.

Bovendien heb ikzelf alleen maar zitten klagen over de opsluiting en de onthouding. Ik mis mijn vrienden, ik mis aanraking, ik mis mijn studenten, ik mis de sportschool en ik heb ongewenst vrouwelijk lang haar. Ieder weekend om 7 uur wakker in plaats van om 7 uur naar bed, grappen met mijn beste vriendinnetje over hoe we alleen nog maar over klussen en nachtrust kletsen. Nu terrassen weer bezocht mogen worden, de fysio weer open is, en we zelfs een zomerhuisje met z’n achten kunnen boeken moet ik blij zijn.

Ik ben ook blij.

Maar toch.

Weet je nog die eerste week, toen we massaal op Houseparty gingen? Weet je nog hoe we allemaal ineens e-mails afsloten met ‘blijf gezond’? Weet je nog het gevoel dat we middenin de geschiedenis zaten? En vooral: weet je nog, de afwezigheid van auto’s, de stille straten, de lege lucht? De troost die ik haalde uit Lola de logeerpoes, de hoop die we koesterden dat post-corona de wereld misschien minder kapitalistisch en meer duurzaam zou zijn?

We leven in een tijd waarin nostalgie voortdurend wordt aangemoedigd. In memes (‘only 90ies kids will remember’), in games (Pokémon vangen anyone?), op televisie (het flagrante gedweep met de jaren 80 in Stranger Things en Sex Education). Reclamemakers weten dat je met nostalgie meer spullen verkoopt. Zo toont onderzoek aan dat mensen geld minder belangrijk vinden als hun nostalgische gevoelens gestimuleerd worden.

Nostalgie is geen kwestie van een slecht geheugen en ook niet van simpelweg terugverlangen. Maar nostalgie gaat wel over de betekenis van het verleden, het is een manier om dat verleden een plek te geven, met een extra vleugje dramatisering. Antropoloog Kathleen Stewart schreef in 1988 op dat nostalgie steeds belangrijker wordt omdat onze cultuur zo diffuus is. ‘It passes us by as a blur of images’ (p. 227). Ze citeert: ‘In a world of loss and unreality, nostalgia rises to importance as “the phantasmal, parodic rehabilitation of all lost frames of reference” (Foster 1985:90)’ (p. 228).

Toen ik aan het begin van de pseudo-lockdown door een verlaten centrum doolde, nam ik overal foto’s. Vastleggen dit moment, want je weet dat het uit je handen glipt. Toen ik de kiekjes uploadde in mijn instastory waren ze meteen al nostalgisch, nog zonder dat er tijd verstreken was. Iedere week werd het een beetje drukker op de wallen. Toen ik er vorige week was met een vriend die nog niet in het centrum was geweest, had hij het moment misgelopen. Veel winkels waren alweer open, bezoekers hadden dat geroken. Het sprookje was reeds voorbij.

De nostalgie die ik voel voor de eerste weken van corona is een manier van ervan loskomen. Ik bereid me voor op veranderingen. De anderhalvemetersamenleving gaat een samenleving van in de rij staan worden, van mondkapjes en afstand houden. De apocalyptische feel is eraf, het nieuwe normaal is niet meer bijzonder. Mijn heimwee is een signaal. Dit is het einde van het begin.

Deze column verscheen eerder op Folia.