Na zijn studie is iedereen de beste docent vergeten

Een goede docent wil graag goed lesgeven. Hoe meer ervaren, hoe beter je weet hoe je dat moet. Corona gooide dat overhoop. Ineens waren docenten niet alleen meer docent, maar ook mediaproducent. Zulke dingen wil ik ook goed aanpakken, en daarom ben ik zo acht uur bezig met het maken van een kennisclip van een half uurtje. Volgens mij gaat er daar iets mis.

Dat klopt, zei mijn twitterfeed. Iemand twitterde onderzoeksresultaten en het eerste punt was direct confronterend: ‘Teaching quality is more important than how lessons are delivered’. Dat lijkt volkomen logisch, maar als je op studenten afgaat – en dat doen we aan de universiteit– ontstaat een ander beeld. Studenten waarderen docenten die leuk lesgeven, dat wil zeggen docenten die begeesterd en geanimeerd presenteren.

Dat geldt ook online. Vinden jullie het belangrijk dat een video mooi gemaakt is, vroeg ik studenten in de hoop dat ze zouden zeggen dat alles draait om inhoud en ik me ervan af kon maken met een voice-over bij wat slides. ‘Vergelijk het met een gewoon college,’ kreeg ik als antwoord, ‘dan pik je ook meer op als de docent levendig lesgeeft’. Dat vond ik steekhoudend en daarom was ik twee dagen kwijt aan filmen uit verschillende hoeken en die boel vervolgens monteren tot een afwisselende video.

Fout dus, zowel voor mijn portemonnee (de vergoeding voor de kennisclip was 100 euro) als voor de studenten. Het draait volgens het betreffende onderzoek om de ‘elementen van effectief onderwijs’, niet om de manier waarop die gebracht worden. Zulke elementen zijn bijvoorbeeld heldere verklaringen, het adaptief uitdagen van studenten (‘scaffolding’ in onderwijsjargon) en het geven van feedback. Het doet er dus niet zoveel toe of je je studenten live via de webcam iets uitlegt of via een vooraf opgenomen video, het gaat erom of je voortbouwt op bestaande kennis en om de manier waarop je begrip vervolgens toetst.

In het onderzoek staan nog meer degelijk onderbouwde aanbevelingen die ik ga meenemen in mijn digitale onderwijs. Zo is toegang tot technologie essentieel, en ga ik voortaan beginnen met inventariseren hoe de wifi-situatie van mijn studenten is. Aanvankelijk wilde ik het hele rapport voor jullie samenvatten, maar ik bleef dus hangen bij dat eerste punt. Het lijkt zo logisch en toch viel ik in de kuil. Hoe komt dat?

Ik leg het voor aan mijn goede vriend V., voormalig onderwijsdirecteur en nu senior teaching fellow bij het Center for Academic Teaching van de Universiteit Utrecht. Hij lacht me uit. ‘Dat komt omdat jij een level 2-docent bent.’ Ehm okay.

Er zijn verschillende soorten docenten, legt V. uit en hij stuurt me een geinig filmpje. Level 1 is het type dat leunt op autoriteit en bij voorbaat gelijk heeft. Als de student het niet kan, is de student stom dan wel dom en dat is zijn of haar eigen schuld. Je hebt ook het type dat de docent de schuld geeft. Dat doe ik. Als studenten niet opletten, vind ik dat ik beter mijn best moet doen. Level 2-docenten zijn daarom de leuk-doeners. Zij (wij) zijn populair, maar het is maar de vraag of studenten ook iets leren. Het moet namelijk niet draaien om wat de docent doet, maar om wat de student doet.

Onderwijs gaat over leeropbrengst en we leren niet van kennisoverdracht, maar door zelf aan de slag te gaan. In plaats van een tof TedX-achtig college te geven, activeert een goede docent daarom haar studenten. Daardoor zijn level 3-docenten niet per se geliefd. Veel studenten willen immers helemaal niet geactiveerd worden, ze willen juist TedX kijken.

Dit speelt vooral aan universiteiten, antwoordt V. desgevraagd. Docenten beginnen vaak zonder enige didactische training te hebben gehad. Bij gebrek daaraan imiteer je de onderwijzers die je nog bij staan: level 1 of level 2. Terugdenkend aan je studententijd herinnert namelijk niemand zich die nuttige groepsopdracht waarvan je veel hebt geleerd. Oftewel: de level 3-docent ben je vergeten.

Bovendien is ons systeem ingericht op level 2-docenten. Op mijn kennisclip kreeg ik inderdaad positieve reacties van de winterschool waarvoor ik hem maakte: de video zag er goed uit en ik was zo enthousiast! Daar was ik blij mee: de kans is groot dat ik volgend jaar weer ingehuurd wordt. Als typische level 2-docent wil ik natuurlijk graag een level 3-docent zijn, maar als typische level 2-docent heb ik ook mijn twijfels. Wat voor zin heeft iets, als het door niemand gewaardeerd wordt? En laten we wel zijn, wie is er nou op de universiteit voor de leeropbrengst?

Deze column verscheen eerder in Folia.