Praten met je kinderen over seks is altijd een goed idee. Maar hoe?

Moeilijk doen over seks is aangeleerd. We groeien allemaal op in een maatschappij waarin seks alomtegenwoordig is, maar waarin over seks ook geheimzinnig wordt gedaan. Die dubbele boodschap komt van verschillende kanten, van voorlichting op school tot de media, van je leeftijdsgenoten tot je ouders. Daardoor is het lastig om effecten goed te isoleren, dat geldt bijvoorbeeld voor porno, maar ook voor de effecten van seksuele opvoeding door ouders.

Seks is onwenselijk

Als jongeren seks hebben, zien volwassenen allerlei gevaren. Vrijwel al het onderzoek dat naar seksueel gedrag van jongeren gedaan wordt, start vanuit een zorgpositie. Die zorgen kunnen bijvoorbeeld gaan over het niet gebruiken van voorbehoedsmiddelen, maar ook over wat in slecht vertaald Nederlands ‘permissieve attitudes’ worden genoemd: ‘losse’ opvattingen over seks, zoals seks zonder liefde en seks voor het huwelijk. Dankzij dat laatste zal het niet verbazen dat Amerikaans onderzoek ook in dit veld dominant is.

Onderzoek naar de seksuele socialisatie van jongeren richt zich vaak op oorzaken voor seksueel actief zijn en die permissieve attitudes. De onderliggende gedachte is doorgaans dat beiden onwenselijk zijn. Een toevoeging aan dit corpus is een studie van Geertjan Overbeek, Daphne van de Bongardt en Laura Baams over seksuele opvoeding door ouders. Ze wilden weten wat de rol is van die opvoeding in de ontwikkeling van seksueel expliciete mediaconsumptie, seksueel gedrag en seksuele attituden.

Methode

Ze namen op vier verschillende momenten een vragenlijst af onder 514 Nederlandse jongeren in de leeftijd van 13 ot 16 jaar. De tieners kregen vragen over seksueel expliciete media zoals pornosites, over hun attitudes (gelukkig niet de seks voor het huwelijk-vraag), over hun seksueel gedrag (van tongzoenen tot penetratie) en over genomen risico’s (zoals seks zonder condoom of met iemand die je pas kent).

Daarnaast waren er vragen over actieve mediadiscussies met ouders, ouderlijke gesprekken over seks en communicatie van de liefde-en-respectnorm. Die laatste werd gemeten met vragen als ‘Zeggen je ouders wel eens …’ waarna items volgden als ‘… dat je geen seks moet hebben als je niet verliefd bent’ en ‘… dat je geen seksuele dingen moet doen die een ander niet wil’ (p. 145).

Het effect van praten

De resultaten tonen allereerst dat deze jongeren weinig seksueel expliciete beelden zien. Daarnaast worden ze seksueel actiever naarmate ze ouder worden, al zijn hier tussen individuele jongeren grote verschillen (maar niet tussen jongens en meisjes). Jongens ontwikkelen meer permissieve attitudes dan meisjes. Jongeren die al vroeg meer seksuele beelden tot zich nemen, zijn ook eerder al seksueel actief en hebben permissievere ideeën over seks.

Dan de verbanden met de opvoeding van de ouders. Daar zitten wat verrassingen. Zo blijkt dat de kinderen van ouders die regelmatig over seks communiceren meer seksueel expliciete beelden consumeren en ook seksueel ervarener zijn. Ouders die vaak spreken over liefde en respect tijdens seks, hebben zonen die minder permissieve opvattingen en minder seksueel risicogedrag vertonen. Een actieve media-opvoeding heeft alleen effect op dochters, en dan alleen op de permissieve attitudes (meisjes hadden die minder).

Dubbele moraal

Wat betekenen deze resultaten nu? Zetten ouders die met hun kinderen over seks praten ze aan tot seks? Zoals zo vaak geldt: correlation is not causation. De onderzoekers schrijven dat het voor de hand ligt dat ouders die merken dat hun puber de eerste stappen op seksgebied zet, vervolgens met dat kind een gesprek aangaan over seks. Daarnaast wijzen ze op de dubbele seksuele moraal. Meisjes krijgen al voortdurend te horen dat ze moeten oppassen, misschien is er daarom weinig te behalen als ouders ook nog eens benadrukken dat seks gekoppeld hoort te zijn aan liefde.

Het lastige aan dit type onderzoek zijn de impliciete aannames. Hoewel het niet zo hoeft te zijn dat deze onderzoekers persoonlijk afwijzend staan tegenover jongeren die seks hebben, geldt seksueel actief zijn als tiener in dit soort studies als ongewenst gedrag, net als het kijken naar seksueel-getinte beelden of vinden dat seks zonder liefde ook leuk is. De inzet is immers hoe dit voorkomen kan worden, in dit geval door opvoeding van ouders.

Waardenvrij

Deze waarden worden niet als zodanig benoemd, maar het zijn natuurlijk wel waarden. Je kunt ook van mening zijn dat het kijken naar X-rated videoclips of porno onderdeel is van een gezonde seksuele ontwikkeling van jongeren. Je kunt jongeren ook leren dat het belangrijk is om beschermde seks te hebben of om elkaars grenzen te respecteren, zonder ze de boodschap mee te moeten geven dat je verliefd moet zijn. Het is echter maar de vraag of je zulk onderzoek ook gepubliceerd krijgt: ik kan me wel wat Amerikaanse collega’s voorstellen die dan dwars gaan liggen in de peer-review.

Het besproken voorbeeld laat zien dat het voor onderzoekers moeilijk is om de relaties tussen ideeën en gedrag te ontwarren, net zoals het voor jongeren moeilijk is om wijs te worden uit de stortvloed aan beelden, opvattingen en betekenissen. Ongeacht de uitkomsten van dit specifieke onderzoek, is het altijd verstandig met jongeren te praten over hoe zij dat aanpakken en welke normen ze zelf allemaal zien en hanteren.

Deze column verscheen eerder op Brainwash.