Wetenschapscommunicatie: als clicks de overhand nemen

Je schrijft om gelezen te worden. Hoewel ik hard roep dat impact belangrijker is dan bereik, ontkom ook ik niet aan cijfergeilheid. Dus toen de persvoorlichter van de Universiteit Utrecht me honderdduizenden lezers voor de neus hield, hapte ik gretig toe. Mijn ervaring eindigde in een teleurstelling, en in een les.

Wetenschapscommunicatie is belangrijk. Een van de redenen waarom ik rogue ging was om meer aan kennisverspreiding te kunnen doen. Daarom ben ik bijvoorbeeld columnist hier bij Brainwash: ik kan schrijven over onderzoek zodat wetenschappelijke inzichten een groot publiek bereiken. Ik vind wetenschapscommunicatie zo leuk dat ik er workshops in geef, om collega’s over te halen ook hun kennis breed te delen.

De UU heeft korte lijnen met The Conversation, een online platform waarop wetenschappers artikelen schrijven. Redacteuren zetten onderwerpen uit bij Bureaus Communicatie van universiteiten, en zo kunnen actuele onderwerpen aan kundige academici worden gekoppeld. De documentaire Framing Britney Spears was zo’n onderwerp en ik de bijbehorende mediawetenschapper. Natuurlijk wilde ik graag!

Een redacteur van The Conversation begeleidt de wetenschapper. Dat snap ik: academisch schrijven is echt anders dan populairwetenschappelijk schrijven, en uit mijn workshops weet ik hoe makkelijk wetenschappers het eerste vinden, en hoe lastig het tweede. Ik weet ook dat nieuws een hoge omloopsnelheid heeft. Dus liet ik op woensdag alles uit mijn handen laten vallen om eerst een opzet en daarna een uitgebreide opzet voor te leggen aan mijn redacteur. Zij was akkoord en zette vrijdag 13 uur als deadline in het contentmanagementsysteem. Prima.

Ik leverde mijn stuk donderdag in en toen werd het wachten. Na herhaalde verzoeken op vrijdag en aandringen op maandag kreeg ik haar commentaar, dat schrikbarend was. Wat ze wilde was een negatief betoog over hinderlijke fans, ontdaan van alle mediawetenschappelijke duiding over onze omgang met celebrities. Een sensationalistisch afzeikstuk was niet het verhaal dat ik wilde vertellen en ook niet het verhaal dat interessant is op een platform voor wetenschapscommunicatie. Dat moet de lezer immers iets leren over onderzoek en inzichten.

Tekst loopt door onder de video.

Trailer Framing Britney Spears.

Toen ik mailde dat ik me er niet comfortabel bij voelde, kreeg ik wederom geen reactie. Pas nadat ik na drie uur wikken en wegen besloot de samenwerking te verbreken, reageerde ze. Ik kreeg een bericht dat dat ‘OK’ was en dat ze het erg druk had gehad. Dat moest ik ook onthouden voor een volgende keer: redacteuren zijn met meerdere dingen bezig.

Woest wilde ik terugschrijven dat de redacteur de auteur moet ondersteunen in plaats van andersom, maar ik had al zoveel tijd en energie verloren. Ik liet haar en plaatste het stuk online op Medium, zodat mijn arbeid niet helemaal voor niets was geweest en men alsnog kon lezen hoe Britney Spears nooit vrij kan zijn.

Nu de rook is opgetrokken, denk ik na over lessen.

Evident had de redacteur van The Conversation beter en sneller moeten communiceren. Het voorval legt daarnaast een dieper probleem bloot, namelijk: om wie draait het eigenlijk en wat is het doel? Gaat het om de inzichten van wetenschappers voor het voetlicht brengen, of om clicks te scoren met hun gratis arbeid?

Ergens is het idee ontstaan dat wetenschappelijke kennis gratis is, wellicht omdat wetenschappers uit publieke middelen betaald worden. Maar voor outreach krijg je geen uren, en universiteiten tellen het meestal niet mee in je output. The Conversation betaalt meelezende redacteuren wel, maar de auteurs zelf niet. Dit gebeurt vaak: zo gaat geen cent van de subsidies en sponsorgelden die de Universiteit van Nederland ontvangt naar de docenten voor de camera.

Deze organisaties hebben kennis in huis om wetenschappers te helpen hun boodschap zo te verpakken dat het publiek haar graag wil horen, en ze bieden een platform om ook daadwerkelijk gehoord te worden. Maar hun belangen zijn niet of niet per se dezelfde als die van de wetenschap.

Dit stuk verscheen als column op Brainwash